beschuit
mannelijk/vrouwelijk (de)/bə'sxœyt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) een licht, tweemaal gebakken baksel van tarweHoe vaak eet jij een beschuitje?Bij de geboorte van de baby eten wij beschuit met muisjes.Helaas was het pas het begin. Na drie dagen in bed met een dieet van water, appelsap en beschuit, wilde mijn vrouw haar benen strekken.
Etymologie
*komt van het Latijnse bis (tweemaal) en het Franse cuire (koken, bakken).
Vertalingen
Engelsbiscuit rusk
Fransbiscotte
DuitsZwieback
Spaansbizcocho
Italiaansfetta biscottata
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek