woorden
boek
Start
›
B
›
beschroomdheid
beschroomdheid
vrouwelijk (de)
/bəˈsxromthɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het op een wat angstige manier verlegen zijn
Etymologie
* afleiding van beschroomd
Synoniemen
bevangenheid
schuchterheid
schuwheid
timiditeit
preutsheid
remming
gêne
bedeesdheid
angstvalligheid
schroom
Antoniemen
onbeschroomdheid
vrijmoedigheid
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← beschroomder
beschuit →