beschimpen
Betekenis
werkwoord
- (ov) met scheldwoorden overladenHij werd beschimpt en bespot.
Etymologie
*afgeleid van schimpen
Vertalingen
Engelsscoff, jeer, taunt
Fransinjurier, insulter
Duitsbeschimpfen, verhöhnen
Spaansinjuriar, denostar, insultar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek