beschikken

/bəˈsxɪkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) beslissen, regelen
    Hij beschikte zijn eigen lot.
  2. inerg (inerg) ~ over: in bezit hebben
    Daarom heeft de Nationale Vergadering besloten 'om de natuurlijke, onvervreemdbare en heilige rechten van de mens in een plechtige verklaring uiteen te zetten, opdat de gehele samenleving altijd over deze verklaring zal kunnen beschikken en zich haar rechten en plichten voortdurend zal herinneren.
    Dit neemt niet weg dat veel van de auteurs wel beschikken over een grote belezenheid die blijkt uit vele historische, stilistische en literaire toespelingen op epos, lyriek, komedie, tragedie en (vooral) historiografie.
    Ik zou graag beschikken over meer geld.

Etymologie

*afgeleid van schikken

Vertalingen

Engelsarrange
Fransdécider
Duitsentscheiden
Spaansdisponer, ordenar