beschikken
/bəˈsxɪkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) beslissen, regelenHij beschikte zijn eigen lot.
- (inerg) ~ over: in bezit hebbenDaarom heeft de Nationale Vergadering besloten 'om de natuurlijke, onvervreemdbare en heilige rechten van de mens in een plechtige verklaring uiteen te zetten, opdat de gehele samenleving altijd over deze verklaring zal kunnen beschikken en zich haar rechten en plichten voortdurend zal herinneren.Dit neemt niet weg dat veel van de auteurs wel beschikken over een grote belezenheid die blijkt uit vele historische, stilistische en literaire toespelingen op epos, lyriek, komedie, tragedie en (vooral) historiografie.Ik zou graag beschikken over meer geld.
Etymologie
*afgeleid van schikken
Vertalingen
Engelsarrange
Fransdécider
Duitsentscheiden
Spaansdisponer, ordenar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek