beschenken

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iemand ~ met: aan iemand een schenking doen toekomen
    Keizer Alexander I van Rusland beschonk hem met het grootkruis van St. Andries
  2. ov (ov) van alcoholische drank voorzien
    Men beschonk mij, ik werd beschonken, en daarna was de zaak snel beklonken.
  3. refl (refl) zich ~ zich dronken voeren
    Want ik beschonk me met je zoete tranen, maar geen kroeg schenkt mij vannacht de drank.
  4. tweede betekenisomschrijving
    Zin met het beschenken in de tweede betekenis erin.
  5. enz.

Etymologie

*afgeleid van schenken