berkenstam
mannelijk (de)/ˈbɛrkə(n)ˌstɑm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- rechtopstaande dikke houten stengel met vaak witte bast die de wortels van een berkenboom verbindt met de kruinMan wijst op een extra attractie, speciaal voor ons: „Kijk, een doorgezaagd weesmeisje.” Twee van elkaar geweken helften van een over het pad gevallen berkenstam. Goeie truc.Ze hield zich vast aan een dunne berkenstam, zoog lucht naar binnen, keek om zich heen, en onderscheidde vaag bomen, stenen, struiken.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek