Berk
mannelijk (de)/bɛrk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) benaming voor katjes dragende bomen en struiken uit het geslacht , kenmerkend is hun in horizontale banden afschilferende schorsEen berk is een soort boom die veel voorkomt in Nederland.
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands berke (f), ontwikkeld uit Oergermaans *berkō, bij Indo-Europees *bʰerHǵós, waartoe ook Litouws béržas, Servo-Kroatisch brȅza, Ossetisch bærz(æ), Sanskriet bhūrjá (भूर्ज) ‘witte himalayaberk’ behoren. Evenzo Nederduits Bark, Oudengels beorc en Noors bjørk.
Vertalingen
Engelsbirch
Fransbouleau
DuitsBirke
Spaansabedul
Italiaansbetulla
Portugeesbétel, vidoeiro
Russischберёза
Arabischبَتُولَا
Poolsbrzoza
Zweedsbjörk
Deensbirk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek