bergkam

mannelijk (de)/'bɛrxkɑm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aaneengesloten reeks van hoogste punten van een berg die zich herkenbaar boven de omgeving aftekent en waarbij de tussenliggende hoogteverschillen relatief klein zijn
    De aanvliegroute naar Rothera voert ons langs gletsjers, uitgestrekte ijsvlakten en bevroren bergen. Dan, tegen een kleine bergkam aangekropen, zie ik de Britse basis liggen.NRC 1 februari 2013

Vertalingen

Engelsmountain ridge