vallei
mannelijk/vrouwelijk (de)/vɑˈlɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een laagte tussen bergenIn bergachtige gebieden wonen de meeste mensen in een vallei.'Het pad slingerde langs rotsige heuvels en uitgestrekte valleien.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘dal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1330
Vertalingen
Engelsvalley
Fransvallée
DuitsSenke, Tal
Spaansvalle
Italiaansvalle
Portugeesvale
Russischдолина
Chinees山谷
Japans谷
Koreaans골짜기, 계곡
Arabischوادي
Turksvadi
Poolsdolina
Zweedsdal
Deensdal
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek