bepakking

vrouwelijk (de)/bə'pɑkɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wat een soldaat aan voedingsmiddelen, kleding enz. zelf medevoert
  2. wat iemand allemaal moet dragen of aanhebben

Etymologie

*afgeleid van bepakken

Vertalingen

Engelsequipment, baggage, luggage