benepenheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin men kleinzielig is
    Ja, Margarita wist het zeker, het was vooral de benepenheid van de diefstallen die haar zo mateloos ergerde.
  2. iets dat getuigt van kleinzieligheid

Etymologie

*afleiding van benepen