bekrompenheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets dat getuigt van kleingeestigheid
    Stigs broer is volgens mijn ouders een klassiek voorbeeld van de vulgaire bekrompenheid die in de jaren tachtig opgeld deed in Stavanger, ...

Etymologie

* afleiding van bekrompen

Vertalingen

Engelsbigotedness, small-mindedness, pettiness