benauwd
/bəˈnɑut/
Betekenis
werkwoord
- moeilijk ademend, belemmerd in de ademhalingIemand met COPD of astma heeft heeft vaak benauwd.
- angstig, bangzijn lijfspreuk bleef door de jaren heen: "niet van dat benauwde"Ik kreeg het er benauwd van doordat ik vreesde dat de lijn er op elk moment weer mee kon stoppen.
- beperkt van ruimteSommige mensen worden bang in een benauwde ruimte.
Uitdrukkingen
- een benauwde kat maakt rare sprongen
Vertalingen
Engelsfeel oppressed, stuffy, afraid
Fransoppressé, oppressant, suffocant
Duitsbeklemmt, schwül, ängstlich
Spaanssofocante, oprimido, angustioso
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek