beknotting

vrouwelijk (de)/bə'knɔtɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een beperking van de vrijheid om te handelen
    En al had hun gezelschap mij een veilig gevoel gegeven, het betekende ook een beknotting die me zo nu en dan dreigde te verstikken.
    Jammeh wordt in verband gebracht met grove mensenrechtenschendingen in zijn land en beknotting van de pers.

Etymologie

* afleiding van beknotten

Vertalingen

Engelscurtailment, cutting short, restricting