bekkentrekker

mannelijk (de)/ˈbɛkə(n)ˌtrɛkər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die voor de grap gekke gelaatsuitdrukkingen aanneemt
    Thomas Voeckler was vandaag weer een opvallende figuur in de etappe richting Lille. De gekke bekkentrekker hield zijn solovlucht voor bekeken op 15 kilometer van de streep, maar amuseerde zich rot, zo reageerde hij na afloop van de vierde rit.de Standaard 8 juli 2014 om 18:55 door jtp [http://www.standaard.be/cnt/dmf20140708_01172004 Voeckler: 'Had plezier vandaag']
  2. walging veroorzakend eten
    "Wat leuk dat deze oma's nog zo actief zijn," zeggen we nog opbeurend tegen elkaar. Tot we het eten proeven, dat zelfs in het meest ingedutte bejaardentehuis nog voor een opstand zou zorgen. De kaneelwijn blijkt een bekkentrekker, de koude pannenkoek met schimmelkaas en mossel zorgt voor een smakenpalet waar wij niet mee kunnen omgaan.Tubantia Hanneke van Houwelingen & Carla van der Wal 22 juli 2015 [https://www.tubantia.nl/binnenland/excuus-voor-oma-s-om-los-te-gaan~afa9824e/ Excuus voor oma's om los te gaan ]

Etymologie

* van bekkentrekken