behoedzaamheid
vrouwelijk (de)/bə'hutsamhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het voorzichtig en zorgvuldig zijnDe altijd al lastige rolverdeling tussen koning en premier bij publieke optredens in crisissituaties kent nog een actuele complicatie. Mark Rutte leidt een niet homogeen kabinet; de PvdA en de VVD liggen immers ideologisch ver uit elkaar. Dat noopt hem tot behoedzaamheid. Om zich niettemin – electoraal van belang – te manifesteren als leider van het land, is het voor hem verleidelijk zich op nationale momenten te manifesteren.
Etymologie
* afleiding van behoedzaam
Vertalingen
Engelsprudence, self-composed and sensible, caution
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek