beest
onzijdig (het)/best/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) dier, met de nadruk op het aardse, niet-menselijke aspectIn het verrotte vlees krioelde het van de beestjes.Plotseling verstijfde ik. Midden op het pad lag een reusachtige ratelslang te zonnen, de koningin van de woestijn. Ik schrok me kapot en sprong meteen achteruit. Wat een beest!In die reservaten is er voldoende voedsel voor die beesten.
- (figuurlijk), vaak (pejoratief) mens, meestal een man, die wild, dierlijk en/of wreed gedrag vertoontKan zowel een positieve als negatieve bijbetekenis hebben: Wat een beest! kan afhankelijk van de context zowel bewondering voor een krachtsinspanning als afschuw voor immoreel gedrag uitdrukken.De dronken man gedroeg zich als een wild beest.De Engelsen en hun geallieerden hadden honderdduizenden Afrikanen afgeslacht, hun eigen en die van de vijand, ze waren de meest meedogenloze menselijke beesten van de aarde.Op een dag deden we een oefenvorm, waarbij alle spelers constant in beweging moesten blijven. Zodra er eentje stilstond, ging de bal naar de andere partij. Heel intensief. Na vier sessies van twaalf minuten was iedereen kapot. Raymond zei: “We zijn klaar, tenzij jullie nog héél graag doorgaan voor een vijfde ronde”. Toen was er eentje die eens over zijn gezicht wreef, het zweet van zich afgooide en naar ons knikte. “Let’s go!” En omdat Cheick nog een keer wilde, moesten al die andere spelers er ook aan geloven. Ongelooflijk, wat een beest was dat.
Etymologie
* via Middelnederlands "beeste" en "beste" van Latijn "bestia", in de betekenis van ‘dier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1253
Uitdrukkingen
- Dat is bij de beesten af — Gezegd van iets schandaligs, verschrikkelijks e.d.
- Dat is de aard van het beestje — Zo zit die persoon qua karakter in elkaar
- De beest uithangen — Onbehouwen en/of onbeschoft gedrag vertonen
- Het beestje bij de naam noemen — Precies aangeven hoe iets in elkaar zit, of hoe men over iets denkt
Vertalingen
Engelsbeast, animal, beast
Fransanimale, bête
DuitsTier
Spaansanimal, bestia, bruto
Italiaansanimale, bestia
Portugeesanimal, besta
Poolszwierze, bestia
Zweedsdjur
Deensdyr
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek