bedoening
vrouwelijk (de)/bə'dunɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- druk gedoeGekidnapt in Jemen: vroeger 'all-inclusive-paradijs', nu levensgevaarlijke bedoening.Bij aankomst was het een wilde bedoening: te veel mensen, te veel drank en te veel drama’s. Ik speelde al een tijdje met de gedachte om alleen verder te lopen en voelde dat dat moment nabij was.Afijn, zoals gebruikelijk zat ik daar een beetje te genieten van die baldadige bedoening totdat het weer rustig werd en Hind bij me kwam zitten.
- inrichting
Etymologie
* van doen
Vertalingen
Engelsfuss, to-do
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek