bedoelen
/bəˈdulə(n)/
Betekenis
werkwoord
- met een woord of toespeling iets of iemand aanduiden of proberen aan te duidenIk bedoel maar te zeggen dat ik wél even gelijk had...Die reis naar Gambia was voor ons een tussendoortje. We wilden de zon opzoeken, en dan kom je in de winter algauw op dat soort plekken terecht. Ik bedoel, de Canarische Eilanden en Florida kan ik zo langzamerhand wel uittekenen.Ja, ja, ik begrijp heus wel wat jullie bedoelen.
- (ov) iets met een bepaald oogmerk doenZo kwaad was het nou ook weer niet bedoeld.Het was goed bedoeld.Een van onze gedistingeerde gasten heeft mij ooit gezegd dat de monsters volgens hem niet waren bedoeld om vreemden buiten te houden, maar om de gasten te beletten de uitgang te bereiken. Het was jaren geleden dat hij dat zei, en hij is hier nog steeds. Zijn naam is Patelski. U zult hem ontmoeten.
Etymologie
*Afgeleid van doelen of afgeleid van doel
Vertalingen
Engelsmean, mean
Fransvouloir dire, avoir en vue
Duitsmeinen, bezwecken, beabsichtigen
Spaansquerer decir, pretender
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek