bastoon

mannelijk (de)/'bɑston/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een lage muziektoon, de laagste noot van een akkoord
    "Ze was in staat ons op fouten in onze eigen stukken te wijzen die we zelf over het hoofd hadden gezien. Op haar verzoek speelde ik een lied van me voor en bij deze bastoon - hij speelt een lage bes - riep ze opeens 'Nee!'.
    Uiteindelijk besloten de makers om alleen bastonen in de film te gebruiken. "Doven kunnen die voelen door een ballon in de hand te houden, horenden kunnen de tonen voelen én horen. Dat is qua kijkbeleving meer of min gelijk", zegt Groenendijk.