basement

onzijdig (het)/bazəˈmɛnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderste stuk waarop het opstaande deel rust van een pilaar, zuil of voorwerp dat daarop lijkt
    De zuidzijde van de muur omvatte het oude basement van de halfronde kolom op die hoek en werd afgesloten met een in negen facetten uitgevoerde ronding in Bentheimer zandsteen.
  2. onderste deel van een muur
    Wel conform de voorschriften werden de gevels in baksteen uitgevoerd en werd van de natuurstenen hoekblokken en het in blauw arduin uitgevoerde basement afgezien.
zelfstandig naamwoord
  1. verdieping waarvan de vloer onder het maaiveld ligt, maar die nog wel ramen heeft waardoor het daglicht binnenkomt
    Het voorm. Landshuis (…), ook wel "Prinsehuis" genoemd, is een blokvormig classicistisch pand, gebouwd in 1662-'64 met basement, twee bouwlagen en een omlopend schilddak.

Etymologie

*van of basamento