baritonsaxofoon

mannelijk (de)/'baritɔnsɑksofon/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) een houtblaasinstrument met een enkelriet
    De baritonsaxofoon is op het mondstuk na, van messing gemaakt.

Vertalingen

Engelsbaritone saxophone
Franssaxophone baryton
DuitsBaritonsaxophon