barheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vreselijke, ruwe, harde, vervelende toestand
    Inmiddels duikt steeds vaker de term horrorzomer op. Omdat de afgelopen horrorwinter, waarop we ons ook al zo hadden verheugd, net zo is tegengevallen en omdat deze zomer die winter in barheid bijkans nog overtreft, ook wat het weer betreft. Na de historische afgang op het EK, de volslagen mislukte Tour en de zwaar teleurstellende eerste week van de Olympische Spelen kunnen we concluderen dat we ons te veel hadden verheugd en dat de sportzomer heet noch oranje is. Alleen maar lang. NRC Ilja Leonard Pfeijffer 3 augustus 2012 [https://www.nrc.nl/nieuws/2012/08/03/horrorzomer-12349837-a799933 Horrorzomer]

Etymologie

* afleiding van bar

Vertalingen

Engelsmiserability