bankoverval

mannelijk (de)/'bɑŋkovərvɑl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. financieel, misdaad (financieel), (misdaad) beroving van een financiële instelling
    Bij de bankoverval werd € 100.000 buitgemaakt.
    Die analyse had tot de praktische conclusie geleid dat echte solidariteit bestond uit bankovervallen en wapendiefstallen om de PFLP behulpzaam te zijn.