bankroof

mannelijk (de)/'bɑŋkrof/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. financieel, misdaad (financieel), (misdaad) het beroven van een bank
    Een grote bankroof plegen.

Vertalingen

Engelsbank robbery
Franscambriolage d'une banque
DuitsBankraub
Spaansrobo de bancos