banketbakkersspijs
mannelijk/vrouwelijk (de)/bɑŋ'kɛdbɑkərspɛɪs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een variant op amandelspijs, waarbij geen geplette amandelen tijdens het bereiden gebruikt worden, maar geplette abrikozen- of perzikpitten.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek