bambino

mannelijk (de)/bɑmˈbino/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informeel (informeel) jonge zoon of dochter
    "Luigi!" roept hij tegen het lawaai van de motor in. "Wanneer ga jij nu eindelijk eens trouwen? Of moet de bambino eerst geboren zijn?"
  2. kleine, nog mollige jongen
    Zij was negentien jaren, eene jeugdige moeder met een bambino van tien maanden half naakt op haar schoot.

Etymologie

*van "bambino", in Nederlandse teksten in de 19e eeuw eerst gebruikt om met een vreemd woord te verwijzen naar "Sant(issim)o Bambino", het Christuskind of een afbeelding daarvan; in de betekenis van "kleine jongen" aangetroffen vanaf 1880 (zie vindplaats hieronder)