baccalaureaat
onzijdig (het)/bɑkalɔure'jat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het baccalaureus zijn
- laagste academische graad, o.a. in Engeland, Frankrijk en Amerika
- (onderwijs) algemene academische opleiding, voorafgaande aan specialisatie
- korte, sterk op de praktijk gerichte academische opleiding
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘laagste academische graad’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek