baccalaureaat

onzijdig (het)/bɑkalɔure'jat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het baccalaureus zijn
  2. laagste academische graad, o.a. in Engeland, Frankrijk en Amerika
  3. onderwijs (onderwijs) algemene academische opleiding, voorafgaande aan specialisatie
  4. korte, sterk op de praktijk gerichte academische opleiding

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘laagste academische graad’ voor het eerst aangetroffen in 1824