baccalaureus
mannelijk (de)/bɑkaˈlaurejʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (historisch) academische titel, te behalen na drie tot vier jaar hoger onderwijs
- (persoon) iemand die het baccalaureaatsexamen heeft behaald
Etymologie
*van middeleeuws Latijn "baccalaureus" "gevorderd student"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek