baccalaureus

mannelijk (de)/bɑkaˈlaurejʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. historisch (historisch) academische titel, te behalen na drie tot vier jaar hoger onderwijs
  2. persoon (persoon) iemand die het baccalaureaatsexamen heeft behaald

Etymologie

*van middeleeuws Latijn "baccalaureus" "gevorderd student"