baaldag

mannelijk (de)/'baldɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een dag waarin iemand zich minder lekker voelt, slecht in zijn vel zit, een dag waarop men baalt van wat er speelt, zoals stress op het werk of de persoonlijke situatie waarin men verkeert.
    Gisteren had ik een baaldag, ik kon helaas geen vrij nemen.