Baal
mannelijk/vrouwelijk (de)/bal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een stapel bijeengebonden plantaardig materiaal zoals hooi of tabakDe sjouwer droeg met een grote baal katoen op zijn hoofd.' Het voelt alsof ik een baal hooi van mijn rug heb geworpen.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1427
Vertalingen
Engelsbale
Fransbâle, balle
DuitsBallen, Knäuel
Spaansfardo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek