baaierd

mannelijk (de)/ˈbajərt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ongevormde massa voor de schepping, waaruit de geordende aarde ontstaan is
  2. verwarring, warboel, woelige massa
    Er brak brand uit en het huis veranderde in een baaierd van vlammen.
    Op de spiegel van de Blauwe Wierenzee zat, als een uit de baaierd van het water overgebleven restant, een vreemd wezen.{{Aut|Herzen, Frank
  3. doorgangsgevangenis

Etymologie

* In de betekenis van ‘chaos’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1605