baaierd
mannelijk (de)/ˈbajərt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ongevormde massa voor de schepping, waaruit de geordende aarde ontstaan is
- verwarring, warboel, woelige massaEr brak brand uit en het huis veranderde in een baaierd van vlammen.Op de spiegel van de Blauwe Wierenzee zat, als een uit de baaierd van het water overgebleven restant, een vreemd wezen.{{Aut|Herzen, Frank
- doorgangsgevangenis
Etymologie
* In de betekenis van ‘chaos’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1605
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek