woorden
boek
Start
›
A
›
avers
avers
mannelijk (de)
/aˈvɛrs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
voorzijde van een muntstuk, penning of medaille
Etymologie
*: via """ van Latijn "aversus" "afgekeerd"
Synoniemen
beeldzijde
afkerig
risicoavers
aversie
Antoniemen
revers
e
er
ere
t
te
ers
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← Averlo
aversie →