auteur
mannelijk (de)/ɑuˈtør/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) persoon die aan de basis staat van een origineel geschreven werkDe auteur signeert zijn boeken in die boekenwinkel.Dank aan de auteurs en uitgevers die overname toestonden (zie voor bijzonderheden 'Bronnen' aan het einde van het boek). De oorspronkelijke spelling hiervan is zoveel mogelijk gehandhaafd. Van enkele stukken bleken, tot onze spijt, auteur en uitgever niet te achterhalen.Van Amsterdam tot Parijs, van Tunis tot Casablanca hebben ze levens opgebouwd, achtervolgd door spoken uit het verleden. En gezamenlijk heffen zij het glas: op Oroppa! Over de auteur: Safae el Khannoussi (1994) is schrijver en werkt aan een proefschrift over de gevangenissen in de Magreb.
Etymologie
*van """, in de betekenis van ‘schepper, schrijver’ aangetroffen vanaf 1552
Vertalingen
Engelsauthor, authoress, woman writer
Fransauteur
DuitsAutor
Spaansautor
Italiaansautore
Portugeesautor
Russischавтор
Poolsautor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek