auditor
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- toehoorder, iemand die lessen volgt maar geen examen aflegt
- (beroep) uitvoerende van een audit, een controleur van een bedrijf zoals een accountant etc.
Etymologie
*afgeleid van het Engels of van het Latijnse audire (horen)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek