asfalteren
/ɑsfɑlˈterə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) bedekken met een mengsel van bitumen, steentjes en andere stoffenZe zijn de weg opnieuw aan het asfalteren.
Etymologie
*van "asphalter"
Vertalingen
Fransasphalter
Spaansasfaltar
Portugeesabetumar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek