asfalt
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een mengsel van bitumen en minerale aggregaten, dat vooral als wegdek gebruikt wordt.De politie heeft woensdagmiddag zo'n dertig actievoerders van klimaatactiegroep Extinction Rebellion aangehouden wegens het blokkeren van de toegang tot de A12 in Den Haag. De demonstranten voerden actie door over de volle breedte van de weg op het asfalt te gaan zitten. Twee anderen ketenden zich aan een auto vast.Na het nemen van de afslag ziet de weg naar boven er nog even mild uit, maar dan begint het asfalt al snel te welven. Er is minder dan een handvol haarspeldbochten, maar de hellingsgraden slopen de eerste reserves uit de benen.De weg werd met asfalt bestraat.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘mineraal hars’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1852
Vertalingen
Engelsasphalt, bitumen
DuitsAsphalt
Spaansasfalto
Italiaansbitume
Turksasfalt
Poolsasfalt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek