armoedeval
mannelijk (de)/'ɑrmudəvɑl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- fenomeen dat iemand met een uitkering door te gaan werken geen extra inkomsten verwerft; verschijnsel dat iemand door meer geld te verdienen, door het wegvallen van sociale voorzieningen, juist armer wordt; verschijnsel dat iemand die arm is geen mogelijkheden heeft om zijn of haar positie te verbeteren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek