armlegger

mannelijk (de)/'ɑrmlɛɣər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. deel van een bank of stoel waarop men de onderarm kan steunen
    Enkele dagen later kregen we, geheel gratis, per post een nieuwe armlegger toegestuurd met de mededeling ’Nogmaals excuses voor het ongemak’. Is dat service of niet? De Telegraaf 11 jul. 2018 [https://www.telegraaf.nl/watuzegt/2281407/dit-vind-ik-leuk Dit vind ik leuk]
    Eigenlijk ligt hij meer. Met zijn benen naar voren, bedekt door een deken. Bleek en glanzend rusten zijn verzorgde handen op de armleggers van de rolstoel. NRC Annemarie Haverkamp 21 maart 2012 [https://www.nrc.nl/nieuws/2012/03/21/ik-heb-de-stilte-leren-waarderen-12275946-a1107684 Ik heb de stilte leren waarderen]

Vertalingen

Engelsarm pad