archipel

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) een eilandenzee
  2. aardrijkskunde (aardrijkskunde) een eilandengroep

Etymologie

*Van Archipelagus, de "hoofdzee" van het Oude Griekenland: de Egeïsche zee met zijn vele eilanden. Later verschoof de betekenis van de zee naar de vele eilanden erin.

Vertalingen

Engelsarchipelago
Fransarchipel
Spaansarchipiélago
Italiaansarcipelago
Russischархипелаг
Poolsarchipelag