archaïcum
onzijdig (het)/ɑrˈxaikʏm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geologie) tijdperk waarin de aarde een vaste korst had gekregen en de eerste sporen van leven zijn te vinden, van 4 tot 2,5 miljard jaar geledenOp het einde van het archaïcum is al 39% van het continentale materiaal gevormd.
- (geologie) gesteenten gevormd in het tijdperk waarin de aarde een vaste korst kreegHet archaïcum is tevens de naam van het overeenkomstige eonotheem.Het resultaat dezer berekeningen is nu, dat de oudste aardlaag, het onderste archaicum, minstens 570 millioen jaar oud moet zijn.
Etymologie
:In veel afleidingen van αρχαιος (archaios) wordt de Griekse tweeklank αι (ai) gelatiniseerd tot ae in "archaeo-" en in het Nederlands wordt dit in de regel weer verkort tot e in "archeo-" als in "archeoloog". Omdat in "archaïcum" de i bewaard is, is dit echter hier niet aan de orde. Daarom is "archeïcum" een minder juiste (pleonastische) afleiding. De vermeldt alleen de vorm "archaïcum".
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek