archief

onzijdig (het)/ɑr'xif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plaats waar (meestal oude) documenten opgeslagen en verzameld worden
    In het Nationaal Archief in Den-Haag wordt veel geschiedkundig onderzoek gedaan.
    Hier waren Max en Dennis officieel gestorven. Wat automatisch inhield dat hier bepaalde documenten lagen. Bij de administratie of ergens in een archief, dat was haar om het even.
  2. verzameling documenten die zijn gemaakt en/of ontvangen door een persoon of organisatie
    Een huisarts moet zijn patiëntenarchief goed bijhouden.

Etymologie

* uit het Latijn

Vertalingen

Engelsarchive
Fransarchives
DuitsArchiv
Spaansarchivo
Italiaansarchivio
Portugeesarquivo
Russischархив
Arabischأرشيف
Poolsarchiwum
Zweedsarkiv
Deensarkiv