archetype

onzijdig (het)/ˈɑrxeˌtipə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. oermodel dat ten grondslag ligt aan latere varianten
  2. psychologie (psychologie) overgeërfd, onbewust idee of beeld in het collectief onbewuste van de mensheid
    'Ik bestudeer mensen, analyseer hun woorden, interpreteer hun gebaren. Voor mijn rollen ga ik altijd uit van de psychologie van de archetypes van Jung, ken je die?' Hannah knikt traag. 'Welk archetype ben jij dan?' Het blijft stil.

Etymologie

*via Latijn "archetypum" "origineel, oervorm" van "ἀρχέτυπον" (archétupon) "model, stramien", in de betekenis van ‘oerbeeld’ voor het eerst aangetroffen in 1768

Vertalingen

Engelsarchetype
Fransarchétype
DuitsArchetypus
Spaansarquetipo
Portugeesarquétipo
Poolsarchetyp
Zweedsarketyp
Deensarketype