arbeidsmobiliteit
vrouwelijk (de)/'ɑrbɛɪtsmobilitɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het kunnen en bereid zijn te veranderen van baan, zowel in de aard van het werk dat men doet, als de plaats waar men het werk verrichtHet hukousysteem reguleerde de instroom van migranten en handhaafde de sociale stabiliteit en voorkwam gedeeltelijk het ontstaan van sloppenwijken bij de grootste Chinese steden. Datzelfde systeem kan op de lange termijn echter de groei in de weg staan door een gebrekkige arbeidsmobiliteit, stellen het Chinese Instituut voor Hervorming en Ontwikkeling en de Wereldbank in een rapport. Tubantia 03-01-13 [https://www.tubantia.nl/buitenland/china-worstelt-met-groeiende-verstedelijking~a2602e2f/ China worstelt met groeiende verstedelijking]Eerder maakten verzekeraars en patiëntenorganisaties al afspraken om de arbeidsmobiliteit van mensen die geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn te verbeteren. Tubantia 23-01-13 [https://www.tubantia.nl/economie/betere-inkomensbescherming-bij-baanwissel~a94134b1/ 'Betere inkomensbescherming bij baanwissel']
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek