arbeiderskind

onzijdig (het)/'ɑrbɛɪdərskɪnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kind uit de arbeidersklasse
    „Ik leef van de toelage voor raadsleden, als arbeiderskind weet ik hoe ik met weinig geld kan rondkomen. Politiek is voor mij een fulltime baan, de samenleving kan zeven dagen per week 24 uur per dag bij me terecht en dat gebeurt ook.”
    Taylor ging als arbeiderskind naar het café van Bristow om te darten tegen de grootheid zelf.