apr
mannelijk (de)/ɑˈprɪl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (afkorting) vierde kalendermaand, aprilGesloten: 5 apr 2011 en 19 apr 2011.|Op 5 en 19 april 2011 gesloten.
Etymologie
*(verkorting) van het Nederlandse zelfstandige naamwoord "april"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek