woorden
boek
Start
›
A
›
aprilmaand
aprilmaand
mannelijk/vrouwelijk (de)
/a'prɪlmant/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
de vierde maand van het jaar
Synoniemen
grasmaand
paasmaand
eiermaand
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← aprillen
aprilmop →