apex

mannelijk (de)/apɛks/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) top van een ruimtelijk figuur
    Een piramide heeft een apex die met een ribbe is verbonden met alle andere hoekpunten van de figruur.
    Een kegel heeft één apex.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘top’ voor het eerst aangetroffen in 1834

Vertalingen

Spaansápice