antitrustwet
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌɑntiˈtrystwɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- wetgeving die erop gericht is om oneerlijke concurrentie te voorkomen
Etymologie
*samenstellende afleiding van "trust" en "wet" als leenvertaling van "antitrust law"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek