antisliplaag

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɑnti'slɪplax/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stroeve laag die ervoor zorgt dan men minder snel uitglijdt als men zich erover voortbeweegt
    "Toch hebben ze aan alle details gedacht: er zit zelfs een antisliplaag op het dek."
    De antisliplaag die drie weken geleden werd aangebracht op de spekgladde rvs-goten op het Stationsplein in Enschede, laat op veel plekken alweer los.